Een vuurtoren op een kaap, half verdwenen in de zeenevel
Voorbereiding

Meteohet is zomer, maar garanties zijn er niet

Wat je kunt verwachten

Juni op 58 graden noorderbreedte

Juni is op de noordelijke Noordzee een van de rustigste maanden van het jaar. Dat is geen belofte: depressies trekken er ook in de zomer over, en op deze breedte hebben ze meer ruimte om diep te worden dan bij ons.

Een paar dingen waar je in deze periode op moet rekenen:

Koud water

De zee is in juni nog koud, ook als de zon schijnt. Dat maakt onderkoeling een reëel risico bij een man-over-boordsituatie, en het is de reden dat de nachten aan dek echt fris zijn. Kleed je in laagjes en neem meer warme kleding mee dan je denkt nodig te hebben.

Zeenevel en zicht

Warme lucht over koud water geeft nevel en mist. Rond de Orkneys en de Shetlands is dat in het vroege voorjaar en de zomer geen uitzondering. Reken erop dat je een deel van de aanloop op instrumenten doet: radar of AIS, en een goed uitkijkschema.

Licht

Op deze breedte wordt het in juni 's nachts nauwelijks donker. Dat maakt het varen aangenamer en het uitkijken makkelijker, maar het verstoort ook je slaapritme. Neem een oogmasker mee.

De Noorse kust

Bij de scherenkust en in de fjorden gedraagt de wind zich anders dan op zee: hij versnelt door nauwe doorgangen, valt weg in de lij van een rotswand, en draait met het landschap mee. Reken op meer motoruren dan op zee, en op minder voorspelbaarheid.

Klimaatgegevens voor de Noordzee in juni

Windrozen voor juni op de Noordzee, tienjaarsgemiddelde. Elke roos staat voor één gebied; de richting van een sector is de richting waaruit de wind komt, de lengte hoe vaak, en de kleur de windkracht in knopen. Bron: presentatie informatiebijeenkomst.

Cijfers

Het klimaatbeeld

Klimaatgegevens zeggen niets over de week waarin jij vaart, maar ze geven wel een gevoel voor wat gebruikelijk is: overheersende windrichting, gemiddelde windkracht, en hoe vaak het echt hard waait. Gebruik ze om je verwachtingen te kalibreren — en niet om je route op vast te leggen.

Wat opvalt in juni: de wind komt vaak uit het westen tot noordwesten, en op het noordelijke deel van de route staat gemiddeld meer wind dan bij ons voor de kust. Windkracht 5 en meer komt op elk deel van de route regelmatig voor.

Bronnen

Waar je je bericht haalt

Gebruik meer dan één bron, en kijk vooral naar de verschillen ertussen. Als de modellen het oneens zijn, is de onzekerheid groot — en dat is informatie.

  • KNMI maritiem — waarschuwingen en verwachtingen voor de Noordzee;
  • Shipping Forecast van het Met Office — voor de Britse gebieden, waaronder Fair Isle en Forties;
  • yr.no — het Noorse instituut, sterk voor de Noorse kust en fjorden;
  • Windy — om modellen naast elkaar te leggen (ECMWF, GFS, ICON).

Onderweg

Buiten mobiel bereik heb je een andere weg nodig. Denk aan:

  • NAVTEX voor waarschuwingen en veiligheidsberichten — een van de drie GMDSS-hoofdregels is dat je die altijd kunt ontvangen;
  • marifoon: kustwachtberichten op de aangegeven kanalen;
  • satellietverbinding voor GRIB-bestanden, bijvoorbeeld via een Iridium-apparaat of PredictWind;
  • en de goede oude barometer, plus je eigen ogen. Een snel dalende druk en een veranderende wolkenlucht vertellen je iets voordat het model dat doet.
Vertrekken of nietDe beslissing om te vertrekken is van de schipper, en van niemand anders. Vertrekmomenten in het programma zijn suggesties. Niemand kijkt op als je een dag later gaat omdat het bericht dat vraagt — en niemand vindt het slim als je gaat terwijl je twijfelt.